8 januari 2008

BEDRIEGELIJKE NATUUR: NEUROTOXINES

Prof. Dr. H.D.J. Booij
Radboud Universiteit Nijmegen

In de natuur draait het om het in stand houden van de soort. Hiervoor is naast voortplanting het nuttigen van voedsel een belangrijk fenomeen. Vooral bij dieren heeft dit geleid tot een stelsel van jagen en gejaagd worden. In de evolutie zijn daarbij systemen ontstaan die het jagen vergemakkelijken en systemen die de afweer verbeteren. Zowel bij de planten als bij dieren zijn daarbij giftige stoffen ontstaan. Een deel daarvan heeft een spierverlammende werking. Bij dieren worden zij deels door het dier zelf geproduceerd, deels door bacteriën en dan in het dier opgeslagen. Slangen, spinnen, schorpioenen en kikkers zijn enkele voorbeelden van dieren die dergelijke toxines produceren of opslaan. Echter ook schelpdieren, zeeanemonen en kwallen bevatten neurotoxische stoffen. In het plantenrijk kunnen "strychnos" soorten (strychninen en curare) worden genoemd, maar ook brandnetel, digitalis, Dieffenbachia spp en vele andere soorten. Bij de bacteriën moeten we vooral denken aan Clostridiae spp (tetanus, botulisme) , maar ook aan cyanobacteriën en salmonella. Op een aantal van deze toxineproducerende organismen zal in deze lezing nader worden ingegaan. De toxines veroorzaken niet alleen ziekten, maar worden ook gebruikt als geneesmiddelen bij ziekten of ingezet bij behandelingen terwijl ze ook een rol spelen in het bio-terrorisme.

Leo Booij werd geboren te Dordecht waar hij de middelbare school doorliep. Hij studeerde geneeskunde in Nijmegen, werkte hier een aantal jaren op de afdeling Fysiologie en volgde de opleiding tot Anesthesioloog. Gedurende 1978-1979 werd hij gasthoogleraar Anesthesiologie aan de University of California te San Francisco, gedurende welke periode hij aldaar farmacologie studeerde. Terug in Nederland werd hij hoofd van de afdeling experimentele anesthesiologie in Nijmegen. In 1981 volgde benoeming tot hoogleraar/hoofd van de afdeling Anesthesiologie aan de VU te Amsterdam en in 1988 tot hoogleraar/hoofd van de afdeling Anesthesiologie in Nijmegen. Deze laatste functie vervulde hij toot maart 2003 waarna hij tot vice-decaan Onderwijs werd benoemd. Hij publiceerde ruim 480 publicaties op het gebied van de anesthesiologie en farmacologie en was promotor van 26 promovendi. Zijn belangrijkste onderzoeksveld is de farmacologie van spierrelaxantia (curare-achtige stoffen). Hierdoor was hij ook geïnteresseerd in natuurlijke stoffen met een spierverlammende werking.