4 maart 2008

STAMCELLEN EN HUN ROL IN DE GENEESKUNDE

Prof. P.A. Doevedans
Universitair Medisch Centrum Utrecht

Het is inmiddels duidelijk dat er twee bronnen van stamcellen zijn die zich kunnen ontwikkelen tot cardiomyocyten (hartspiercellen) en mogelijk is er nog een derde bron. De eerste bron is de embryonale stamcel. Er is voldoende bewijs dat deze cellen zich kunnen differentiëren tot cardiomyocyten. Daarnaast hebben deze cellen bewezen te kunnen overleven en te kunnen integreren in hartspierweefsel. Een zeer recent beschreven populatie cellen zijn de zogenaamde cardiac progenitor cellen. Deze cellen bevinden zich in het hart van volwassenen, hoewel hun aantal afneemt met der loop der jaren. De cellen kunnen geïsoleerd worden uit het hart en kunnen differentiëren tot verschillende hartcellen, waaronder cardiomyocyten. Of deze zogenaamde endogene cellen een rol spelen in spontaan herstel van de hartspier is nog niet duidelijk. Mogelijk vormen deze progenitor cellen één van de hulpmiddelen bij herstel van de hartspier, maar dan met een erg klein effect in geval van hartspierbeschadiging. De laatste bron wordt geleverd door de mesenchymale cellen waarvan sommige onderzoekers menen dat ze kunnen differentiëren en het phenotype van een hartspiercel kunnen aannemen.
Aangetoond is dat deze cellen een rol spelen bij immunomodulatie in vivo, maar het is nog niet aangetoond dat ze een rol spelen bij hartspierregeneratie. De rol van de hierboven beschreven cellijnen bij het regenereren van hartspierweefsel in vivo moet nader bepaald worden. Het kweken van cardiomyocyten in het laboratorium is mogelijk, de huidige transplantatie technieken zijn echter erg inefficiënt. Het wachten is op nieuwe instrumenten en technieken.

Pieter A. Doevedans is hoogleraar Cardiologie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU). Zijn speciale belangstelling gaat uit naar moleculair onderzoek op cardiologisch gebied, het onderwerp waarop hij ook is gepromoveerd na onderzoek in de USA en in Nederland. Hij is momenteel ook voorzitter van de werkgroep Cellulaire Biologie van het hart bij de European Society of Cardiology.