Dinsdag 7 januari 2020 (iCal)


Ziekte en gezondheid: De infectie in 1845 aan de Saramacca-rivier in Suriname bezien met de kennis van nu


Jaap van Dissel
Bilthoven, RIVM Centrum voor Infectieziektebestrijding, en Leiden, LUMC Interne Geneeskunde en Infectieziekten

 

In 1845 mislukte een poging tot kolonisatie door Nederlandse boeren in Suriname. Binnen weken na de komst van de 384 kolonisten (uit Elst en Amerongen) naar Voorzorg aan de Saramacca-rivier, brak een ziekte uit waaraan de helft van de Nederlandse boeren overleed. Die uitbraak werd ediagnosticeerd als 'maaggalkoorts', en later geïnterpreteerdals buiktyfus (Salmonella typhi infectie).


Deze uitbraak bracht René de Vries en John van Rood (Bloedbank Leiden) in de jaren ’70 van de vorige eeuw op een idee.
De afstammelingen van de kolonisten die de epidemie overleefd hadden werden in kaart gebracht. In hun bloedcellen werden genen onderzocht die belangrijk zijn voor het afweersysteem (HLA-systeem). Bij de nakomelingen kwam een bepaald HLA vaker voor en een ander HLA ontbrak juist. Daarmee werd aangetoond dat infectieziekten een belangrijke rol hebben gespeeld bij de evolutie van HLA.
Verschillende types HLA kunnen de kans op bepaalde ziektes verhogen of juist verlagen.


Twijfel aan de diagnose buiktyfus leidde recent tot nieuw onderzoek. Door archiefonderzoek te combineren met opgraving en moleculaire analyse van skeletresten van de overleden boeren werd getracht de verwekker van de uitbraak definitief te achterhalen.


In de voordracht wordt de tijdlijn van gebeurtenissen uit archiefbestanden gereconstrueerd. Tevens worden karakteristieken van de ziekte vastgesteld op grond van epidemiologische gegevens.


De begraafplaats van de boerenkolonisten in Suriname werd teruggevonden, en 17 redelijk intact gebleven skeletten opgegraven. In een poging de verwekker terug te vinden werden tanden van de overledenen moleculair geanalyseerd.


Betoogd zal worden dat kenmerken van de uitbraak en bevindingen uit 1845, én de recent uitgevoerde moleculaire analyses niet passen bij buiktyfus. De hoge sterfte was waarschijnlijk een gevolg van uitdroging bij een infectie die onder tropische omstandigheden de meest kwetsbaren trof. Dit heeft bijgedragen aan het falen van de poging tot kolonisatie.

 

 


 

Jaap van Dissel volgde na afronden van de geneeskundestudie en een proefschrift over de afweer tegen intracellulair levende micro-organismen zoals Salmonella en Listeria (cum laude 1987), de opleiding tot internist in het LUMC en specialiseerde zich in infectieziekten. Op een NWOTalent beurs deed hij een fellowship aan Duke University Medical Center, Durham NC en Cold Spring Harbor laboratorium, NY (1992-1993).


Jaap keerde terug naar het LUMC, werd staflid bij de afdeling Infectieziekten en is in 1999 benoemd tot hoogleraar Interne Geneeskunde en Infectieziekten en hoofd van die LUMC-afdeling.


Medio 2013 nam Jaap van Dissel de functie van directeur van het Centrum voor infectieziektebestrijding op bij het RIVM. Hij werkt nog deeltijd bij het LUMC.




Email: jaap.van.dissel@rivm.nl